Interview
Een manier om meer ruimte te maken op het volle elektriciteitsnet is het aanleggen van deelnetten. Aan de hand van vijf vragen legt grid planning & analysing specialist Peter Kettelarij van TenneT uit wat deelnetten zijn, hoe ze werken en op welke manier ze bijdragen aan extra capaciteit en het effectiever benutten van het hoogspanningsnet.
Een eigen op- en afrit aan de stroomsnelweg
Target Grid
huidig
Target Grid huidig
Target Grid toekomstig
Peter Kettelarij
Meer weten?
Bezoek onze Target Grid pagina.
‘In de langetermijnvisie bouwt TenneT aan een toekomstbestendig elektriciteitsnetwerk om de energietransitie optimaal te ondersteunen. Deelnetten zijn hierin soms een randvoorwaarde om nieuwe uitbreidingen te koppelen aan het bestaande netwerk, en vormen een optimalisatiestap om meer capaciteit voor regio’s beschikbaar te maken en sluipverkeer te weren. Zo bouwen we een netwerk dat flexibeler en veiliger is, plus beter voorbereid op toekomstige ontwikkelingen.’
‘Tennet telt als beheerder van het Nederlandse hoogspanningsnet nu negen deelnetten. We streven naar ongeveer vijftig deelnetten in 2050, waarvan circa 15 tot 20 in Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel en de Noordoostpolder. Voor nieuwe deelnetten zijn netuitbreidingen nodig, zoals nieuwe stations en verbindingen. Daarnaast zijn vaak kleinere aanpassingen in het bestaande netwerk essentieel. Dan kan je denken aan het anders aansluiten van een bestaand station om energie-onderbrekingen bij storingen te voorkomen. Belangrijk is natuurlijk dat we hierbij altijd voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. Een deelnet is gereed als alle benodigde uitbreidingen en aanpassingen zijn gerealiseerd en het netwerk veilig en betrouwbaar werkt.’
Hoe bepaalt TenneT welke gebieden bij een deelnet horen?
‘Ons elektriciteitsnet is in meer dan honderd jaar gegroeid tot het huidige netwerk. Bij het vormen van deelnetten gebruiken we deze historische basis, samen met de voorspellingen voor toekomstige belasting en groei. Wanneer wij een knelpunt signaleren, starten we bij TenneT een project om verschillende oplossingen te onderzoeken. Daarbij kijken we welke netuitbreidingen nodig zijn om toekomstige belasting tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten te faciliteren, en hoe we de belasting logisch kunnen verdelen over nieuwe deelnetten en stations. Dan bekijken we ook waar we deelnetten inrichten en in welke regio’s.’
‘Deelnetten lossen netcongestie niet rechtstreeks op. Maar ze zijn wél een deel van de oplossing. Ze zijn nodig om de netuitbreidingen waar netcongestie om vraagt goed in te passen in het bestaande netwerk. Zonder deelnetten zou de stroomproductie en het verbruik ongelijk verdeeld worden over de stations tussen de snelwegen en provinciale wegen, wat leidt tot inefficiëntie en veiligheidsrisico’s. Door het netwerk op te delen maken we het netwerk veiliger, maken we meer capaciteit beschikbaar en kunnen we klanten beter bedienen. Met deelnetten kunnen we gewoon efficiënter stroom transporteren.
Gebruikers merken vooralsnog weinig van de vorming van de deelnetten. Als een deelnet gereed is, valt dit in de meeste gevallen samen met de inbedrijfname van nieuwe netuitbreidingen. Op dat moment komt er transportcapaciteit beschikbaar waardoor nieuwe klantvragen te faciliteren zijn en we congestie in het netwerk van TenneT regionaal verlichten.’
‘Deelnetten zijn afgebakende delen van het elektriciteitsnetwerk, waarbij het bestaande vermaasde netwerk wordt opgesplitst in kleinere gebieden. Elk gebied bestaat uit een 110 of 150 kV-netwerk dat doorgaans door één hoogspanningsstation wordt gevoed. Dat station vormt de schakel tussen het landelijke hoogspanningsnetwerk en het provinciale netwerk. Een simpele vergelijking is het wegennet, een vergelijking die we samen met andere netbeheerders inmiddels wel vaker maken omdat de overeenkomsten echt groot zijn. Het 220 en 380 kV-netwerk dient als snelweg tussen steden als Zwolle en Assen, terwijl het 110 kV-netwerk staat voor de provinciale wegen. Bij het vormen van deelnetten worden provinciale verbindingen tussen Zwolle en Assen onderbroken. Ze hebben dan ieder in de vorm van een hoogspanningsstation hun eigen op- en afrit aan de hoogspanningssnelweg. Alleen bij onderhoud of storingen koppelen we deelnetten tijdelijk weer aan elkaar.
In Noord-Nederland hebben wij momenteel een deelnet bij de Eemshaven. De komende jaren gaan wij gefaseerd over naar nieuwe deelnetten, bijvoorbeeld in Hengelo, rond de stad Groningen en bij Emmen. Na de vervanging van bestaande transformatoren en de komst van een vierde transformator op station Hengelo, vormen we daar een deelnet.’
Een manier om meer ruimte te maken op het volle elektriciteitsnet is het aanleggen van deelnetten. Aan de hand van vijf vragen legt grid planning & analysing specialist Peter Kettelarij van TenneT uit wat deelnetten zijn, hoe ze werken en op welke manier ze bijdragen aan extra capaciteit en het effectiever benutten van het hoogspanningsnet.
Interview
Een eigen op- en afrit aan de stroomsnelweg
Meer weten?
Bezoek onze Target Grid pagina.
‘In de langetermijnvisie bouwt TenneT aan een toekomstbestendig elektriciteitsnetwerk om de energietransitie optimaal te ondersteunen. Deelnetten zijn hierin soms een randvoorwaarde om nieuwe uitbreidingen te koppelen aan het bestaande netwerk, en vormen een optimalisatiestap om meer capaciteit voor regio’s beschikbaar te maken en sluipverkeer te weren. Zo bouwen we een netwerk dat flexibeler en veiliger is, plus beter voorbereid op toekomstige ontwikkelingen.’
‘Deelnetten zijn afgebakende delen van het elektriciteitsnetwerk, waarbij het bestaande vermaasde netwerk wordt opgesplitst in kleinere gebieden. Elk gebied bestaat uit een 110 of 150 kV-netwerk dat doorgaans door één hoogspanningsstation wordt gevoed. Dat station vormt de schakel tussen het landelijke hoogspanningsnetwerk en het provinciale netwerk. Een simpele vergelijking is het wegennet, een vergelijking die we samen met andere netbeheerders inmiddels wel vaker maken omdat de overeenkomsten echt groot zijn. Het 220 en 380 kV-netwerk dient als snelweg tussen steden als Zwolle en Assen, terwijl het 110 kV-netwerk staat voor de provinciale wegen. Bij het vormen van deelnetten worden provinciale verbindingen tussen Zwolle en Assen onderbroken. Ze hebben dan ieder in de vorm van een hoogspanningsstation hun eigen op- en afrit aan de hoogspanningssnelweg. Alleen bij onderhoud of storingen koppelen we deelnetten tijdelijk weer aan elkaar.
In Noord-Nederland hebben wij momenteel een deelnet bij de Eemshaven. De komende jaren gaan wij gefaseerd over naar nieuwe deelnetten, bijvoorbeeld in Hengelo, rond de stad Groningen en bij Emmen. Na de vervanging van bestaande transformatoren en de komst van een vierde transformator op station Hengelo, vormen we daar een deelnet.’
Target Grid
toekomstig
Peter Kettelarij
Hoe bepaalt TenneT welke gebieden bij een deelnet horen?
‘Ons elektriciteitsnet is in meer dan honderd jaar gegroeid tot het huidige netwerk. Bij het vormen van deelnetten gebruiken we deze historische basis, samen met de voorspellingen voor toekomstige belasting en groei. Wanneer wij een knelpunt signaleren, starten we bij TenneT een project om verschillende oplossingen te onderzoeken. Daarbij kijken we welke netuitbreidingen nodig zijn om toekomstige belasting tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten te faciliteren, en hoe we de belasting logisch kunnen verdelen over nieuwe deelnetten en stations. Dan bekijken we ook waar we deelnetten inrichten en in welke regio’s.’
‘Deelnetten lossen netcongestie niet rechtstreeks op. Maar ze zijn wél een deel van de oplossing. Ze zijn nodig om de netuitbreidingen waar netcongestie om vraagt goed in te passen in het bestaande netwerk. Zonder deelnetten zou de stroomproductie en het verbruik ongelijk verdeeld worden over de stations tussen de snelwegen en provinciale wegen, wat leidt tot inefficiëntie en veiligheidsrisico’s. Door het netwerk op te delen maken we het netwerk veiliger, maken we meer capaciteit beschikbaar en kunnen we klanten beter bedienen. Met deelnetten kunnen we gewoon efficiënter stroom transporteren.
Gebruikers merken vooralsnog weinig van de vorming van de deelnetten. Als een deelnet gereed is, valt dit in de meeste gevallen samen met de inbedrijfname van nieuwe netuitbreidingen. Op dat moment komt er transportcapaciteit beschikbaar waardoor nieuwe klantvragen te faciliteren zijn en we congestie in het netwerk van TenneT regionaal verlichten.’
‘Tennet telt als beheerder van het Nederlandse hoogspanningsnet nu negen deelnetten. We streven naar ongeveer vijftig deelnetten in 2050, waarvan circa 15 tot 20 in Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel en de Noordoostpolder. Voor nieuwe deelnetten zijn netuitbreidingen nodig, zoals nieuwe stations en verbindingen. Daarnaast zijn vaak kleinere aanpassingen in het bestaande netwerk essentieel. Dan kan je denken aan het anders aansluiten van een bestaand station om energie-onderbrekingen bij storingen te voorkomen. Belangrijk is natuurlijk dat we hierbij altijd voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. Een deelnet is gereed als alle benodigde uitbreidingen en aanpassingen zijn gerealiseerd en het netwerk veilig en betrouwbaar werkt.’
Target Grid
huidig