380 kV Zeeuws-Vlaanderen

Planoloog Marco Sprong werkt al jaren aan grote infrastructuurprojecten. Voor 380 kV Zeeuws-Vlaanderen was hij nauw betrokken bij de onderzoeken die nu worden gepubliceerd. We spreken hem over wat er precies is onderzocht, hoe dat is gedaan en waarom de uitkomsten niet altijd zwart-wit zijn.

Drie onderzoeken, een verhaal
“Mensen verdienen een volledig beeld, niet een halve vergelijking.”

Planoloog

Marco Sprong

Meer weten

Wilt u meer informatie over welke alternatieven er zijn onderzocht? Bezoek dan de interactieve kaart waar u de verschillende alternatieven kunt bekijken.

Zorgvuldig, niet traag

Tot slot: is dit proces niet te langzaam gegaan? Marco schudt zijn hoofd. "Ik begrijp die vraag. Maar zorgvuldigheid kost tijd. We hebben bewust de omgeving betrokken, nieuwe alternatieven serieus genomen en onafhankelijke experts laten meekijken. Een onafhankelijke commissie voor de milieu-effectrapporage kijkt mee met de onderzoeken en geeft advies. En een second opinion is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van EZK op het nettechnisch onderzoek voor Zuid-Beveland. Dat doe je niet voor de show. Dat doe je omdat je wil dat de uitkomsten kloppen. En uiteindelijk gaat het om besluiten die tientallen jaren standhouden. Dan is het de moeite waard om het goed te doen."

Drie onderzoeken, één samenhangend geheel

Wat Marco steeds weer benadrukt is dat de onderzoeken niet los van elkaar kunnen worden gelezen. "Dat is misschien wel het belangrijkste wat ik wil meegeven. Het ene onderzoek is niet belangrijker dan het andere.”

Hij legt uit hoe de onderzoeken zich tot elkaar verhouden. "In een procedure zoals deze voeren we standaard een plan-Milieu Effectrapportage (plan-MER) en een Integrale Effectenanalyse (IEA) uit. De plan-MER brengt de milieueffecten van alle varianten in kaart. De IEA kijkt naar technische, economische en maatschappelijke effecten. Samen geven ze een zo volledig mogelijk beeld van wat elke variant betekent voor de omgeving."

"Wat we hebben onderzocht is vastgelegd in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Dat is ons onderzoeksplan. Daarin staat welke routes, stationslocaties en uitvoeringsvarianten we verder wilden onderzoeken en op welke manier. Die NRD is tot stand gekomen in samenspraak met de omgeving. De varianten die we hebben onderzocht zijn dus niet willekeurig gekozen. Ze komen voort uit een zorgvuldig en participatief proces."

Aanvullend op de plan-MER en IEA is er op verzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) een onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen voor het hoogspanningsnet bij ondergrondse aanleg op Zuid-Beveland. "Dat onderzoek geeft inzicht in wat er technisch mogelijk is en wat de consequenties zijn. Ook die uitkomsten wegen mee in het totaalbeeld, maar ze staan niet op zichzelf. Je moet ze altijd lezen in samenhang met de plan-MER en de IEA."

"Je kunt niet één onderzoek pakken en zeggen: dit is het antwoord. De werkelijkheid is complexer. En juist die complexiteit willen we inzichtelijk maken."

Scoren zonder oordeel

De verschillende routes, locaties, uitvoeringsvarianten zijn allemaal langs dezelfde meetlat gelegd. Marco legt uit hoe dat werkt. "We kennen aan elke variant een score toe per thema. Niet om een winnaar aan te wijzen of het belang van een thema te scoren, maar om eerlijk inzichtelijk te maken waar varianten van elkaar verschillen. Die scores zijn onderzoeksresultaten. Geen oordelen."

Dat klinkt eenvoudig, maar is het niet altijd. "Elke locatie en elke route kent zijn eigen gevoeligheden. De Paulinapolder is een open, karakteristiek Zeeuws landschap met natuur- en cultuurhistorische waarden. De Westerschelde is een Natura 2000-gebied, Europees beschermd vanwege zijn bijzondere ecologie. Routes op land raken aan woonkernen en bestaande infrastructuur. Al die gevoeligheden wegen mee in de scores."

"Zelden scoort één variant het beste op alle thema's. Soms scoort een variant bijvoorbeeld goed op natuur maar minder goed op ruimtegebruik. Dan is er geen simpel antwoord. Dan moet je als samenleving en als overheid een afweging maken. Wij leveren de informatie aan, maar uiteindelijk is het Rijk die een besluit neemt. Op basis van alle informatie samen."

Als Marco Sprong uitlegt wat er de afgelopen periode allemaal is onderzocht, leunt hij even achterover. "Het is echt een omvangrijk geheel geworden," zegt hij. "We hebben niet één ding onderzocht. We hebben systematisch gekeken naar stationslocaties, naar de kruising van de Westerschelde, naar routes op Zuid-Beveland en in Zeeuws-Vlaanderen zelf. En dat alles op meerdere thema’s tegelijk: natuur, landschap, leefomgeving, veiligheid, water, ruimtegebruik en duurzaamheid."

Die breedte is bewust. "We wilden geen onderzoek doen dat alleen technisch klopte, maar voorbijging aan wat mensen in de omgeving ervaren. Milieu, geluid, de impact op landbouw en recreatie, dat zijn geen bijzaken. Dat zijn de dingen die mensen dagelijks raken."

Planoloog

Marco Sprong

Planoloog Marco Sprong werkt al jaren aan grote infrastructuurprojecten. Voor 380 kV Zeeuws-Vlaanderen was hij nauw betrokken bij de onderzoeken die nu worden gepubliceerd. We spreken hem over wat er precies is onderzocht, hoe dat is gedaan en waarom de uitkomsten niet altijd zwart-wit zijn.

Drie onderzoeken, een verhaal

380 kV Zeeuws-Vlaanderen

Meer weten

Wilt u meer informatie over welke alternatieven er zijn onderzocht? Bezoek dan de interactieve kaart waar u de verschillende alternatieven kunt bekijken.

Zorgvuldig, niet traag

Tot slot: is dit proces niet te langzaam gegaan? Marco schudt zijn hoofd. "Ik begrijp die vraag. Maar zorgvuldigheid kost tijd. We hebben bewust de omgeving betrokken, nieuwe alternatieven serieus genomen en onafhankelijke experts laten meekijken. Een onafhankelijke commissie voor de milieu-effectrapporage kijkt mee met de onderzoeken en geeft advies. En een second opinion is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van EZK op het nettechnisch onderzoek voor Zuid-Beveland. Dat doe je niet voor de show. Dat doe je omdat je wil dat de uitkomsten kloppen. En uiteindelijk gaat het om besluiten die tientallen jaren standhouden. Dan is het de moeite waard om het goed te doen."

Scoren zonder oordeel

De verschillende routes, locaties, uitvoeringsvarianten zijn allemaal langs dezelfde meetlat gelegd. Marco legt uit hoe dat werkt. "We kennen aan elke variant een score toe per thema. Niet om een winnaar aan te wijzen of het belang van een thema te scoren, maar om eerlijk inzichtelijk te maken waar varianten van elkaar verschillen. Die scores zijn onderzoeksresultaten. Geen oordelen."

Dat klinkt eenvoudig, maar is het niet altijd. "Elke locatie en elke route kent zijn eigen gevoeligheden. De Paulinapolder is een open, karakteristiek Zeeuws landschap met natuur- en cultuurhistorische waarden. De Westerschelde is een Natura 2000-gebied, Europees beschermd vanwege zijn bijzondere ecologie. Routes op land raken aan woonkernen en bestaande infrastructuur. Al die gevoeligheden wegen mee in de scores."

"Zelden scoort één variant het beste op alle thema's. Soms scoort een variant bijvoorbeeld goed op natuur maar minder goed op ruimtegebruik. Dan is er geen simpel antwoord. Dan moet je als samenleving en als overheid een afweging maken. Wij leveren de informatie aan, maar uiteindelijk is het Rijk die een besluit neemt. Op basis van alle informatie samen."

Als Marco Sprong uitlegt wat er de afgelopen periode allemaal is onderzocht, leunt hij even achterover. "Het is echt een omvangrijk geheel geworden," zegt hij. "We hebben niet één ding onderzocht. We hebben systematisch gekeken naar stationslocaties, naar de kruising van de Westerschelde, naar routes op Zuid-Beveland en in Zeeuws-Vlaanderen zelf. En dat alles op meerdere thema’s tegelijk: natuur, landschap, leefomgeving, veiligheid, water, ruimtegebruik en duurzaamheid."

Die breedte is bewust. "We wilden geen onderzoek doen dat alleen technisch klopte, maar voorbijging aan wat mensen in de omgeving ervaren. Milieu, geluid, de impact op landbouw en recreatie, dat zijn geen bijzaken. Dat zijn de dingen die mensen dagelijks raken."

“Mensen verdienen een volledig beeld, niet een halve vergelijking.”

Wat Marco steeds weer benadrukt is dat de onderzoeken niet los van elkaar kunnen worden gelezen. "Dat is misschien wel het belangrijkste wat ik wil meegeven. Het ene onderzoek is niet belangrijker dan het andere.”

Hij legt uit hoe de onderzoeken zich tot elkaar verhouden. "In een procedure zoals deze voeren we standaard een plan-Milieu Effectrapportage (plan-MER) en een Integrale Effectenanalyse (IEA) uit. De plan-MER brengt de milieueffecten van alle varianten in kaart. De IEA kijkt naar technische, economische en maatschappelijke effecten. Samen geven ze een zo volledig mogelijk beeld van wat elke variant betekent voor de omgeving."

"Wat we hebben onderzocht is vastgelegd in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Dat is ons onderzoeksplan. Daarin staat welke routes, stationslocaties en uitvoeringsvarianten we verder wilden onderzoeken en op welke manier. Die NRD is tot stand gekomen in samenspraak met de omgeving. De varianten die we hebben onderzocht zijn dus niet willekeurig gekozen. Ze komen voort uit een zorgvuldig en participatief proces."

Aanvullend op de plan-MER en IEA is er op verzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) een onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen voor het hoogspanningsnet bij ondergrondse aanleg op Zuid-Beveland. "Dat onderzoek geeft inzicht in wat er technisch mogelijk is en wat de consequenties zijn. Ook die uitkomsten wegen mee in het totaalbeeld, maar ze staan niet op zichzelf. Je moet ze altijd lezen in samenhang met de plan-MER en de IEA."

"Je kunt niet één onderzoek pakken en zeggen: dit is het antwoord. De werkelijkheid is complexer. En juist die complexiteit willen we inzichtelijk maken."

Drie onderzoeken, één samenhangend geheel

TenneT Magazines

TenneT komt graag met u in contact. Hieronder vindt u een overzicht van onze online magazines over belangrijke thema’s en ons werk en ontwikkelingen in de regio’s.
Volledig scherm