“We begrijpen de zorgen en daarom hebben we dit zo zorgvuldig onderzocht”
Het net in balans
Het elektriciteitsnet werkt goed als de spanning in balans is.
Compensatie vangt het op
Compensatie-installaties nemen overtollige blindstroom op en houden het net stabiel.
Ondergrondse kabels
Ondergrondse kabels zorgen voor extra ‘blindstroom’. Dat is nodig voor het net, maar te veel verstoort de balans.
Waarom extra kilometers geen kleine stap zijn
Bij langere ondergrondse kabels komt er sneller meer blindstroom bij dan kan worden opgevangen. Dan raakt het net uit balans.
380 kV Zeeuws-Vlaanderen
Position paper ‘Een robuuste oplossing voor Zeeuws- en Belgische Vlaanderen’
Voor de uitbreiding van het hoogspanningsnet richting Zeeuws‑Vlaanderen hebben we ook een uitgebreid nettechnisch onderzoek uitgevoerd. In dit interview vertelt Bart van Hulst, netstrateeg bij TenneT, over de uitkomsten. Hij was verantwoordelijk voor het onderzoek en voor het uitleggen van de gevolgen voor het elektriciteitsnet en de omgeving. Het onderzoek is uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EKZ) en is onafhankelijk getoetst.
“Dit onderzoek is uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Dat is bijzonder, want bij 380.000 volt-verbindingen geldt normaal het principe dat wij deze enkel bovengronds aanleggen tenzij het echt niet anders kan. In deze regio gebeurt veel tegelijk. We begrijpen goed dat inwoners en bestuurders zich zorgen maken over de impact op hun leefomgeving. Juist daarom is gevraagd om te onderzoeken of de kabelroute op land over Zuid‑Beveland (deels) ondergronds kan worden aangelegd.”
“De vraag was niet alleen of iets technisch mogelijk is. We hebben vooral gekeken naar wat dit betekent. Voor een veilig en betrouwbaar elektriciteitsnet, maar ook voor ruimte, kosten, tijd en de omgeving. Het is onze rol om die afweging eerlijk en duidelijk uit te leggen.”
De ondergrondse kruising van de Westerschelde is technisch mogelijk. Maar als de ondergrondse route op land langer wordt, neemt de hoeveelheid blindstroom toe. Op een bepaald punt past de benodigde compensatie niet meer binnen bestaande hoogspanningsstations. Dat betekent dat langere ondergrondse varianten extra ruimte vragen voor nieuwe installaties. Daarmee verliezen zij een deel van hun voordeel ten opzichte van bovengrondse aanleg. Want een verbinding die ondergronds gaat maar bovengronds grote installaties vereist, is minder onzichtbaar dan ze op het eerste gezicht lijkt. Daar komen nog drie consequenties bij. De locaties voor die extra installaties moeten opnieuw door een ruimtelijke procedure, dat kost tijd. De installaties zelf brengen extra kosten met zich mee. En hoe meer installaties er aan het systeem worden toegevoegd, hoe groter de kans op storingen en hoe kwetsbaarder de leveringszekerheid.
Die extra installaties, compensatiestations van ongeveer 8 hectare per stuk, moeten ergens komen. Bovengronds, op nieuwe locaties. De ruimtelijke impact van een ondergrondse verbinding verdwijnt dus niet, maar verschuift naar andere plekken.
Daar komt bij dat de omgeving langer moet wachten op stroom. Het elektriciteitsnet in Zeeland is vol. Er is een wachtlijst voor nieuwe aansluitingen. Elke extra stap in de procedure, elke extra locatie die moet worden onderzocht en vergund, betekent meer tijd voordat de verbinding er ligt. En die vertraging heeft een directe prijs: voor partijen die willen verduurzamen maar nog niet kunnen aansluiten, en voor de regio die wacht op de economische en energetische mogelijkheden die deze verbinding biedt.
“Ja. We hebben gekeken naar andere technieken, zoals gelijkstroom (HVDC) en gasgeïsoleerde leidingen. Deze opties klinken aantrekkelijk, maar vragen grote extra installaties, veel ruimte, hoge kosten en meer tijd. Tegelijk verminderen ze de impact op de omgeving niet. Daarom zijn ze voor dit project niet passend. Ook hebben we gekeken of er een oplossing is waarbij de Westerschelde niet gekruist hoeft te worden. De mogelijkheid van een nieuwe verbinding naar België is hiervoor onderzocht, maar ook dan is een kruising van de Westerschelde noodzakelijk om aan te sluiten op het station in Borssele”.
“Onze conclusie is dat een grotendeels bovengrondse 380 kV-verbinding, met ondergrondse aanleg waar dat echt noodzakelijk is (de kruising van de Westerschelde), binnen de huidige technische en maatschappelijke randvoorwaarden de meest evenwichtige oplossing is.”
“Het ministerie van EKZ heeft het Electric Power Research Institute (EPRI) gevraagd om het onderzoek onafhankelijk te toetsen. Dat is belangrijk, omdat de uitkomsten veel betekenen voor de regio.
Samen met andere onderzoeken, zoals milieuonderzoeken, vormt dit de basis voor verdere besluitvorming door het Rijk. Wij blijven ondertussen in gesprek met de omgeving, omdat we weten dat dit onderwerp mensen raakt.”
“Blindstroom hoort bij wisselstroom. Het is nodig om elektriciteit te vervoeren, maar het levert zelf geen bruikbare energie op. Ondergrondse kabels wekken veel meer blindstroom op dan bovengrondse lijnen. Als die blindstroom niet wordt gecompenseerd, kan de spanning in het net te hoog worden. Dit mag niet gebeuren omdat hierdoor schade kan ontstaan in de installaties van TenneT en van aangesloten klanten. Daarom moeten we blindstroom altijd compenseren met speciale installaties.”
Voorbeeld van een compensatie-installatie
Position paper ‘Een robuuste oplossing voor Zeeuws- en Belgische Vlaanderen’
Die extra installaties, compensatiestations van ongeveer 8 hectare per stuk, moeten ergens komen. Bovengronds, op nieuwe locaties. De ruimtelijke impact van een ondergrondse verbinding verdwijnt dus niet, maar verschuift naar andere plekken.
Daar komt bij dat de omgeving langer moet wachten op stroom. Het elektriciteitsnet in Zeeland is vol. Er is een wachtlijst voor nieuwe aansluitingen. Elke extra stap in de procedure, elke extra locatie die moet worden onderzocht en vergund, betekent meer tijd voordat de verbinding er ligt. En die vertraging heeft een directe prijs: voor partijen die willen verduurzamen maar nog niet kunnen aansluiten, en voor de regio die wacht op de economische en energetische mogelijkheden die deze verbinding biedt.
“We begrijpen de zorgen en daarom hebben we dit zo zorgvuldig onderzocht”
Compensatie vangt het op
Compensatie-installaties nemen overtollige blindstroom op en houden het net stabiel.
Het net in balans
Het elektriciteitsnet werkt goed als de spanning in balans is.
Ondergrondse kabels
Ondergrondse kabels zorgen voor extra ‘blindstroom’. Dat is nodig voor het net, maar te veel verstoort de balans.
Waarom extra kilometers geen kleine stap zijn
Bij langere ondergrondse kabels komt er sneller meer blindstroom bij dan kan worden opgevangen. Dan raakt het net uit balans.
380 kV Zeeuws-Vlaanderen
“Het ministerie van EKZ heeft het Electric Power Research Institute (EPRI) gevraagd om het onderzoek onafhankelijk te toetsen. Dat is belangrijk, omdat de uitkomsten veel betekenen voor de regio.
Samen met andere onderzoeken, zoals milieuonderzoeken, vormt dit de basis voor verdere besluitvorming door het Rijk. Wij blijven ondertussen in gesprek met de omgeving, omdat we weten dat dit onderwerp mensen raakt.”
“Blindstroom hoort bij wisselstroom. Het is nodig om elektriciteit te vervoeren, maar het levert zelf geen bruikbare energie op. Ondergrondse kabels wekken veel meer blindstroom op dan bovengrondse lijnen. Als die blindstroom niet wordt gecompenseerd, kan de spanning in het net te hoog worden. Dit mag niet gebeuren omdat hierdoor schade kan ontstaan in de installaties van TenneT en van aangesloten klanten. Daarom moeten we blindstroom altijd compenseren met speciale installaties.”
“Ja. We hebben gekeken naar andere technieken, zoals gelijkstroom (HVDC) en gasgeïsoleerde leidingen. Deze opties klinken aantrekkelijk, maar vragen grote extra installaties, veel ruimte, hoge kosten en meer tijd. Tegelijk verminderen ze de impact op de omgeving niet. Daarom zijn ze voor dit project niet passend. Ook hebben we gekeken of er een oplossing is waarbij de Westerschelde niet gekruist hoeft te worden. De mogelijkheid van een nieuwe verbinding naar België is hiervoor onderzocht, maar ook dan is een kruising van de Westerschelde noodzakelijk om aan te sluiten op het station in Borssele”.
De ondergrondse kruising van de Westerschelde is technisch mogelijk. Maar als de ondergrondse route op land langer wordt, neemt de hoeveelheid blindstroom toe. Op een bepaald punt past de benodigde compensatie niet meer binnen bestaande hoogspanningsstations. Dat betekent dat langere ondergrondse varianten extra ruimte vragen voor nieuwe installaties. Daarmee verliezen zij een deel van hun voordeel ten opzichte van bovengrondse aanleg. Want een verbinding die ondergronds gaat maar bovengronds grote installaties vereist, is minder onzichtbaar dan ze op het eerste gezicht lijkt. Daar komen nog drie consequenties bij. De locaties voor die extra installaties moeten opnieuw door een ruimtelijke procedure, dat kost tijd. De installaties zelf brengen extra kosten met zich mee. En hoe meer installaties er aan het systeem worden toegevoegd, hoe groter de kans op storingen en hoe kwetsbaarder de leveringszekerheid.
“Onze conclusie is dat een grotendeels bovengrondse 380 kV-verbinding, met ondergrondse aanleg waar dat echt noodzakelijk is (de kruising van de Westerschelde), binnen de huidige technische en maatschappelijke randvoorwaarden de meest evenwichtige oplossing is.”
Voor de uitbreiding van het hoogspanningsnet richting Zeeuws‑Vlaanderen hebben we ook een uitgebreid nettechnisch onderzoek uitgevoerd. In dit interview vertelt Bart van Hulst, netstrateeg bij TenneT, over de uitkomsten. Hij was verantwoordelijk voor het onderzoek en voor het uitleggen van de gevolgen voor het elektriciteitsnet en de omgeving. Het onderzoek is uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EKZ) en is onafhankelijk getoetst.
“De vraag was niet alleen of iets technisch mogelijk is. We hebben vooral gekeken naar wat dit betekent. Voor een veilig en betrouwbaar elektriciteitsnet, maar ook voor ruimte, kosten, tijd en de omgeving. Het is onze rol om die afweging eerlijk en duidelijk uit te leggen.”
“Dit onderzoek is uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Dat is bijzonder, want bij 380.000 volt-verbindingen geldt normaal het principe dat wij deze enkel bovengronds aanleggen tenzij het echt niet anders kan. In deze regio gebeurt veel tegelijk. We begrijpen goed dat inwoners en bestuurders zich zorgen maken over de impact op hun leefomgeving. Juist daarom is gevraagd om te onderzoeken of de kabelroute op land over Zuid‑Beveland (deels) ondergronds kan worden aangelegd.”
Voorbeeld van een compensatie-installatie