Netcongestie
Laura en Geert over prognoses, netgrenzen en samenwerken in een steeds voller energiesysteem.
Geert ziet, vanuit Enexis, dat de druk op het net zich steeds verder verplaatst van hoogspanning naar middenspanning en laagspanning. Ook Laura houdt zich bezig met capaciteitsberekeningen, maar dan voor het meer vermaasde hoogspanningsnet van TenneT.
Enexis
Geert Adriaans
TenneT
Laura Buis
TenneT en Enexis maken ieder hun eigen berekeningen, maar de uitkomsten moeten uiteindelijk samenkomen. ‘Ons werk stopt niet bij het opleveren van een rapport,’ zegt Laura. ‘Dan gaat de puzzel weer verder.’ Geert beaamt dat: ‘Een congestieonderzoek is een momentopname. Daarna moet je samen bepalen wat dit betekent voor klanten, wachtlijsten en de ruimte die er nog is.’
De samenwerking wordt volgens beiden steeds hechter. Data en prognoses worden beter uitgewisseld en er wordt slimmer gekeken naar flexibiliteit en robuustheid van assets. Flexibele contractvormen kunnen helpen als klanten op drukke momenten minder verbruiken of anders produceren. Maar het blijft maatwerk: een knelpunt op een koppeltransformator vraagt om een andere oplossing dan een knelpunt op wijkniveau.
Op termijn hopen beide netstrategen dat congestieonderzoeken minder nodig worden. ‘Je blijft altijd monitoren en rekenen,’ zegt Laura. ‘Maar hopelijk niet meer op het niveau of de intensiteit van nu.’
Geert: ‘Flexibiliteit blijft nodig, maar hopelijk minder als noodmaatregel. Maar als normaal onderdeel van hoe het energiesysteem werkt.’ Precies daarin ligt de kern van hun werk: zorgen dat het net be-trouwbaar blijft, terwijl de energietransitie doorgaat.
Congestie speelt niet op één plek. Het probleem kan tegelijk spelen op een hoogspanningsverbinding van TenneT, een koppeltransformator, een onderstation van Enexis of zelfs op de verbindingen in de wijk. Geert vergelijkt het met verkeer: ‘Als TenneT de snelweg is, dan is een onderstation de afslag. Maar in de wijk zelf kan het óók vaststaan.’
Die lokale situaties maken de praktijk ingewikkeld. Want als één knelpunt is opgelost, kunnen klanten soms nog niet worden aangesloten. Laura: ‘Als de provinciale weg weer vrij is, kan de snelweg nog steeds dichtzitten, maar andersom kan ook.’
‘Wij rekenen niet simpelweg met alle klantcontracten alsof iedereen morgen zijn volledige capaciteit gebruikt,’ zegt Geert. ‘We kijken naar wat er echt gebeurt, wat al in aanbouw is en wat aannemelijk is aan groei.’ Laura maakt het onderscheid met investeringsplannen: ‘Daarin kijk je over een langere periode naar ambities en wat daar voor nodig is aan transportcapaciteit en waar dus investeringen nodig zijn; congestieonderzoeken kijken op kortere termijn naar wat gebruikt wordt, wat nodig is en waar mogelijkheden liggen om klanten aan te sluiten totdat de benodigde investeringen zijn gerealiseerd.’
Ook beleid, weersomstandigheden en klantgedrag beïnvloeden de prognoses voor zowel het hoogspanningsnet als de regionale netten. Denk aan de afbouw van salderen, minder subsidie voor zonneparken of nieuwe pieken in afname door het stijgend gebruik van airco’s. Geert: ‘Als de zon ondergaat, trekken airco’s vaak nog vermogen van het net, terwijl zonnepanelen minder leveren. Dat zijn relatief nieuw ontstane situaties die ook invloed kunnen hebben op onze prognoses.’
‘Het elektriciteitsnet houdt zich niet netjes aan provinciegrenzen,’ zegt Geert. ‘Nettechnisch hoort iets soms bij een gebied, ook al ligt het bestuurlijk ergens anders. Dat maakt de analyse complex.’ Laura: ‘Wij rekenen de capaciteit op ons net elk uur van alle jaren in een congestieperiode door. Daarvoor gebruiken we input van regionale netbeheerders, zoals Enexis, én van onze eigen klantmanagers.’
Die afhankelijkheid werkt beide kanten op. ‘Wij zijn in feite ook klant van TenneT,’ zegt Geert. ‘Onze hoogspanning naar middenspanningstransformator op een hoogspanningsstation is de aansluiting bij TenneT. Achter onze aansluiting zitten weer heel veel andere aansluitingen.’ Enexis levert de prognoses voor onderstations aan; TenneT gebruikt die informatie in congestieonderzoeken op hoogspanningsniveau. Maar prognoses blijven altijd gebaseerd op verwachtingen en dus onzeker. Laura: ‘We kijken naar metingen, natuurlijke groei, gecontracteerde klanten en maatschappelijke ontwikkelingen. Maar klanten doen niet altijd wat we verwachten. Ook regelgeving kan tussentijds veranderen.’
Het elektriciteitsnet raakt op steeds meer plekken vol. Laura Buis (TenneT) en Geert Adriaans (Enexis) werken allebei aan dezelfde opgave, Laura als netstrateeg en Geert als netwerkanalist: inzicht verschaffen in wat het systeem aankan en wat er daadwerkelijk gebeurt. Want juist daar, tussen wens en werkelijkheid, ontstaat congestie. Laura kijkt hierbij naar het landelijke hoogspanningsnet, Geert naar de onderliggende regionale netten.
Netcongestie
Laura en Geert over prognoses, netgrenzen en samenwerken in een steeds voller energiesysteem.
Op termijn hopen beide netstrategen dat congestieonderzoeken minder nodig worden. ‘Je blijft altijd monitoren en rekenen,’ zegt Laura. ‘Maar hopelijk niet meer op het niveau of de intensiteit van nu.’
Geert: ‘Flexibiliteit blijft nodig, maar hopelijk minder als noodmaatregel. Maar als normaal onderdeel van hoe het energiesysteem werkt.’ Precies daarin ligt de kern van hun werk: zorgen dat het net be-trouwbaar blijft, terwijl de energietransitie doorgaat.
TenneT
Laura Buis
Enexis
Geert Adriaans
TenneT en Enexis maken ieder hun eigen berekeningen, maar de uitkomsten moeten uiteindelijk samenkomen. ‘Ons werk stopt niet bij het opleveren van een rapport,’ zegt Laura. ‘Dan gaat de puzzel weer verder.’ Geert beaamt dat: ‘Een congestieonderzoek is een momentopname. Daarna moet je samen bepalen wat dit betekent voor klanten, wachtlijsten en de ruimte die er nog is.’
De samenwerking wordt volgens beiden steeds hechter. Data en prognoses worden beter uitgewisseld en er wordt slimmer gekeken naar flexibiliteit en robuustheid van assets. Flexibele contractvormen kunnen helpen als klanten op drukke momenten minder verbruiken of anders produceren. Maar het blijft maatwerk: een knelpunt op een koppeltransformator vraagt om een andere oplossing dan een knelpunt op wijkniveau.
Het elektriciteitsnet raakt op steeds meer plekken vol. Laura Buis (TenneT) en Geert Adriaans (Enexis) werken allebei aan dezelfde opgave, Laura als netstrateeg en Geert als netwerkanalist: inzicht verschaffen in wat het systeem aankan en wat er daadwerkelijk gebeurt. Want juist daar, tussen wens en werkelijkheid, ontstaat congestie. Laura kijkt hierbij naar het landelijke hoogspanningsnet, Geert naar de onderliggende regionale netten.
Geert ziet, vanuit Enexis, dat de druk op het net zich steeds verder verplaatst van hoogspanning naar middenspanning en laagspanning. Ook Laura houdt zich bezig met capaciteitsberekeningen, maar dan voor het meer vermaasde hoogspanningsnet van TenneT.
‘Wij rekenen niet simpelweg met alle klantcontracten alsof iedereen morgen zijn volledige capaciteit gebruikt,’ zegt Geert. ‘We kijken naar wat er echt gebeurt, wat al in aanbouw is en wat aannemelijk is aan groei.’ Laura maakt het onderscheid met investeringsplannen: ‘Daarin kijk je over een langere periode naar ambities en wat daar voor nodig is aan transportcapaciteit en waar dus investeringen nodig zijn; congestieonderzoeken kijken op kortere termijn naar wat gebruikt wordt, wat nodig is en waar mogelijkheden liggen om klanten aan te sluiten totdat de benodigde investeringen zijn gerealiseerd.’
Ook beleid, weersomstandigheden en klantgedrag beïnvloeden de prognoses voor zowel het hoogspanningsnet als de regionale netten. Denk aan de afbouw van salderen, minder subsidie voor zonneparken of nieuwe pieken in afname door het stijgend gebruik van airco’s. Geert: ‘Als de zon ondergaat, trekken airco’s vaak nog vermogen van het net, terwijl zonnepanelen minder leveren. Dat zijn relatief nieuw ontstane situaties die ook invloed kunnen hebben op onze prognoses.’
‘Het elektriciteitsnet houdt zich niet netjes aan provinciegrenzen,’ zegt Geert. ‘Nettechnisch hoort iets soms bij een gebied, ook al ligt het bestuurlijk ergens anders. Dat maakt de analyse complex.’ Laura: ‘Wij rekenen de capaciteit op ons net elk uur van alle jaren in een congestieperiode door. Daarvoor gebruiken we input van regionale netbeheerders, zoals Enexis, én van onze eigen klantmanagers.’
Die afhankelijkheid werkt beide kanten op. ‘Wij zijn in feite ook klant van TenneT,’ zegt Geert. ‘Onze hoogspanning naar middenspanningstransformator op een hoogspanningsstation is de aansluiting bij TenneT. Achter onze aansluiting zitten weer heel veel andere aansluitingen.’ Enexis levert de prognoses voor onderstations aan; TenneT gebruikt die informatie in congestieonderzoeken op hoogspanningsniveau. Maar prognoses blijven altijd gebaseerd op verwachtingen en dus onzeker. Laura: ‘We kijken naar metingen, natuurlijke groei, gecontracteerde klanten en maatschappelijke ontwikkelingen. Maar klanten doen niet altijd wat we verwachten. Ook regelgeving kan tussentijds veranderen.’
Congestie speelt niet op één plek. Het probleem kan tegelijk spelen op een hoogspanningsverbinding van TenneT, een koppeltransformator, een onderstation van Enexis of zelfs op de verbindingen in de wijk. Geert vergelijkt het met verkeer: ‘Als TenneT de snelweg is, dan is een onderstation de afslag. Maar in de wijk zelf kan het óók vaststaan.’
Die lokale situaties maken de praktijk ingewikkeld. Want als één knelpunt is opgelost, kunnen klanten soms nog niet worden aangesloten. Laura: ‘Als de provinciale weg weer vrij is, kan de snelweg nog steeds dichtzitten, maar andersom kan ook.’