Netcongestie
Er zijn verschillende in maatregelen om congestie te beperken, maar geen enkele maatregel werkt overal even goed of levert automatisch veel extra ruimte op. Dat komt omdat netcongestie niet één probleem is met één oplossing.
Edmij is een dynamische stroomleverancier die installaties van klanten aanstuurt om congestie te voorkomen. Als Congestie Service Provider is Edmij actief op het GOPACS platform: Edmij reageert op verzoeken van netbeheerders om op specifieke plekken in het stroomnet invoeding of afname aan te passen. Zo maakt Edmij afspraken met klanten die stroom produceren, bijvoorbeeld zonne- of windparken, om tijdelijk af te schakelen. Of met klanten die veel verbruiken, zoals koel- en vrieshuizen om tijdelijk minder stroom te verbruiken.
Jeffrey Bartels van Edmij vertelt: ‘Een mooi voorbeeld is het waterschap in de regio Amsterdam, dat 70 gemalen beheert. Die draaien gemiddeld vier uur per dag. Als er invoedingscongestie dreigt, kunnen zij juist dán gaan malen. De lokaal opgewekte duurzame energie wordt dan direct weer door hen benut en het net raakt niet overbelast.’
Jeffrey vervolgt: ‘Het gaat uiteindelijk om het collectief slim benutten van het stroomnet. De energiewereld is fundamenteel veranderd: niet de vraag, maar het aanbod en de transportmogelijkheden bepalen het optimale verbruiksmoment. Bedrijven die hun processen daar slim op afstemmen, profiteren. En tegelijk helpen ze het net. Dat vergt planning, technologie en inzicht, maar het is absoluut de toekomst.’
Edmij
Jeffrey Bartels
Een maatregel kan in Zeeland wel effect hebben, terwijl een vergelijkbare aanpak in Utrecht of Noord-Holland veel minder oplevert. De netsituatie, de mix van klanten, het type congestie en de beschikbare flexibiliteit verschillen veel per gebied. Bovendien gelden altijd randvoorwaarden: netveiligheid staat voorop, regelgeving bepaalt wat wel en niet mag worden meegeteld aan flexibel vermogen en de uitkomst blijft afhankelijk van de actuele situatie op het net.
Maatregelen zoals congestiemanagement en flexibele contracten zijn daarom waardevol, maar zelden voldoende als enige oplossing. Op veel plekken blijft uitbreiding van stations, verbindingen en transformatorcapaciteit noodzakelijk om op langere termijn echt meer ruimte te creëren. Slimmer benutten helpt om tijd te winnen en ruimte beter te verdelen — maar het neemt de noodzaak om het net uit te breiden niet weg.
Er komen steeds meer contractvormen waarmee klanten transportcapaciteit kunnen krijgen onder bepaalde voorwaarden. Daarbij spreken klanten bijvoorbeeld af dat zij op bepaalde uren minder afnemen of terugleveren, of dat zij alleen buiten de piekuren volledig gebruikmaken van hun aansluiting. Hierdoor benutten we met elkaar het net beter. Want buiten de piekmomenten is er immers nog wel ruimte. Zulke alternatieve transportrechten kunnen dan voor sommige klanten een oplossing zijn, zeker wanneer een volledig vast transportrecht niet direct mogelijk is.
Ook opslag, slimme aansturing van installaties en samenwerking tussen partijen in een gebied kunnen helpen om pieken af te vlakken, waardoor er ruimte voor andere partijen ontstaat. Maar altijd geldt: het effect hangt af van de praktijk. Een batterij helpt vooral als de pieken voorspelbaar zijn en de batterij groot genoeg is. Een flexibel contract werkt alleen als het past bij het bedrijfsproces van de klant. En samenwerking in een gebied vraagt organisatie, vertrouwen, data en vaak ook extra investeringen.
De bekendste maatregel is congestiemanagement: het tijdelijk sturen van vraag of aanbod op momenten dat het net dreigt vast te lopen. Bedrijven of producenten die hun verbruik verschuiven naar andere momenten, wanneer de vraag lager is. Of een energieleverancier die de opgewekte windenergie tijdelijk opslaat in een batterij die op een later moment gaat invoeden (terugleveren) aan het net.
Zo ontstaat op tijdens de piekmomenten weer ruimte op het bestaande net, waardoor het net veiliger kan worden gebruikt en soms extra klanten kunnen worden aangesloten. Congestiemanagement is daarmee een belangrijk instrument om schaarse capaciteit slimmer te verdelen, maar werkt alleen als er in een congestiegebied ook daadwerkelijk partijen zijn die flexibel kúnnen en wíllen leveren.
Soms zit het knelpunt vooral in de (piek)vraag naar elektriciteit, soms juist wanneer grote zon- of windparken hun opgewekte stroom terugleveren aan het net. En vaak spelen er meerdere factoren tegelijk. Ook verschilt het sterk per regio welke klanten zijn aangesloten, hoe flexibel zij kunnen zijn en hoe het net daar historisch is opgebouwd. Daarom is congestiebestrijding altijd maatwerk: een combinatie van technische maatregelen, contractuele afspraken en gedragsverandering.
Netcongestie
Er zijn verschillende in maatregelen om congestie te beperken, maar geen enkele maatregel werkt overal even goed of levert automatisch veel extra ruimte op. Dat komt omdat netcongestie niet één probleem is met één oplossing.
Dalen vullen | Pieken aftoppen |
|---|---|
Tijdsduurgebonden transportrecht (TDTR), TenneT | Capaciteitssturend contract (CSC) |
Tijdsblokgebonden transportrecht (TBTR of Blokstroom), regionale netbeheerder | Redispatch |
Volledig variabel transportrecht (VVTR) |
Edmij
Jeffrey Bartels
Voorheen konden de netbeheerders alleen contracten afsluiten die een garantie gaven op 24/7 elektriciteit. Sinds vorig jaar mogen flexibele contractvormen worden afgesloten voor de transport van elektriciteit. Dit betekent dat er afspraken worden gemaakt over wanneer je wel en geen recht hebt op stroom.
Soms zit het knelpunt vooral in de (piek)vraag naar elektriciteit, soms juist wanneer grote zon- of windparken hun opgewekte stroom terugleveren aan het net. En vaak spelen er meerdere factoren tegelijk. Ook verschilt het sterk per regio welke klanten zijn aangesloten, hoe flexibel zij kunnen zijn en hoe het net daar historisch is opgebouwd. Daarom is congestiebestrijding altijd maatwerk: een combinatie van technische maatregelen, contractuele afspraken en gedragsverandering.
Edmij is een dynamische stroomleverancier die installaties van klanten aanstuurt om congestie te voorkomen. Als Congestie Service Provider is Edmij actief op het GOPACS platform: Edmij reageert op verzoeken van netbeheerders om op specifieke plekken in het stroomnet invoeding of afname aan te passen. Zo maakt Edmij afspraken met klanten die stroom produceren, bijvoorbeeld zonne- of windparken, om tijdelijk af te schakelen. Of met klanten die veel verbruiken, zoals koel- en vrieshuizen om tijdelijk minder stroom te verbruiken.
Jeffrey Bartels van Edmij vertelt: ‘Een mooi voorbeeld is het waterschap in de regio Amsterdam, dat 70 gemalen beheert. Die draaien gemiddeld vier uur per dag. Als er invoedingscongestie dreigt, kunnen zij juist dán gaan malen. De lokaal opgewekte duurzame energie wordt dan direct weer door hen benut en het net raakt niet overbelast.’
Jeffrey vervolgt: ‘Het gaat uiteindelijk om het collectief slim benutten van het stroomnet. De energiewereld is fundamenteel veranderd: niet de vraag, maar het aanbod en de transportmogelijkheden bepalen het optimale verbruiksmoment. Bedrijven die hun processen daar slim op afstemmen, profiteren. En tegelijk helpen ze het net. Dat vergt planning, technologie en inzicht, maar het is absoluut de toekomst.’
De bekendste maatregel is congestiemanagement: het tijdelijk sturen van vraag of aanbod op momenten dat het net dreigt vast te lopen. Bedrijven of producenten die hun verbruik verschuiven naar andere momenten, wanneer de vraag lager is. Of een energieleverancier die de opgewekte windenergie tijdelijk opslaat in een batterij die op een later moment gaat invoeden (terugleveren) aan het net.
Zo ontstaat op tijdens de piekmomenten weer ruimte op het bestaande net, waardoor het net veiliger kan worden gebruikt en soms extra klanten kunnen worden aangesloten. Congestiemanagement is daarmee een belangrijk instrument om schaarse capaciteit slimmer te verdelen, maar werkt alleen als er in een congestiegebied ook daadwerkelijk partijen zijn die flexibel kúnnen en wíllen leveren.
Een maatregel kan in Zeeland wel effect hebben, terwijl een vergelijkbare aanpak in Utrecht of Noord-Holland veel minder oplevert. De netsituatie, de mix van klanten, het type congestie en de beschikbare flexibiliteit verschillen veel per gebied. Bovendien gelden altijd randvoorwaarden: netveiligheid staat voorop, regelgeving bepaalt wat wel en niet mag worden meegeteld aan flexibel vermogen en de uitkomst blijft afhankelijk van de actuele situatie op het net.
Maatregelen zoals congestiemanagement en flexibele contracten zijn daarom waardevol, maar zelden voldoende als enige oplossing. Op veel plekken blijft uitbreiding van stations, verbindingen en transformatorcapaciteit noodzakelijk om op langere termijn echt meer ruimte te creëren. Slimmer benutten helpt om tijd te winnen en ruimte beter te verdelen — maar het neemt de noodzaak om het net uit te breiden niet weg.
Er komen steeds meer contractvormen waarmee klanten transportcapaciteit kunnen krijgen onder bepaalde voorwaarden. Daarbij spreken klanten bijvoorbeeld af dat zij op bepaalde uren minder afnemen of terugleveren, of dat zij alleen buiten de piekuren volledig gebruikmaken van hun aansluiting. Hierdoor benutten we met elkaar het net beter. Want buiten de piekmomenten is er immers nog wel ruimte. Zulke alternatieve transportrechten kunnen dan voor sommige klanten een oplossing zijn, zeker wanneer een volledig vast transportrecht niet direct mogelijk is.
Ook opslag, slimme aansturing van installaties en samenwerking tussen partijen in een gebied kunnen helpen om pieken af te vlakken, waardoor er ruimte voor andere partijen ontstaat. Maar altijd geldt: het effect hangt af van de praktijk. Een batterij helpt vooral als de pieken voorspelbaar zijn en de batterij groot genoeg is. Een flexibel contract werkt alleen als het past bij het bedrijfsproces van de klant. En samenwerking in een gebied vraagt organisatie, vertrouwen, data en vaak ook extra investeringen.