Jac Hakkens
Ecoloog

Thomas Schaap
Lijnengineer

Onderzoek

Tellen in het weiland

Wereldwijd lopen al onderzoeken naar de werking van draadmarkering. Hierover zijn we in contact met bijvoorbeeld Canada en Slowakije. TenneT moet echter handelen naar Nederlandse onderzoeken die zich richten op vogels die hier voorkomen. “Voor onze risico-top-10 gaan we de komende jaren effectiviteitsdata achterhalen,” vertelt Jac. “Dat betekent: telexperimenten laten uitvoeren door ecologen. Oftewel, zoeken naar slachtoffers onder de verbindingen. Dan zien we ook over welke vogelsoorten we het hebben. Dit nemen we vervolgens als nulmeting. Na het bevestigen van de draadmarkering, kunnen we door enkele jaren opnieuw te tellen, op vogelsoortniveau zien hoe effectief de markering is.”

Mogelijkheden voor standaard vogelveiligheid

Deze onderzoeken om draadslachtoffers te voorkomen, zijn veelbelovend voor de vogels én voor de standaarden die we vanuit Modulair Bouwen ontwikkelen. We volgen de ontwikkelingen dus op de voet. De daaruit voortkomende inzichten en kansen nemen we mee in onze standaarden.

Hier vliegt een wilde eend

Jac kijkt alvast uit naar verbeterde meetdata. “Dat zou ons enorm helpen,” vertelt hij. “Soms is het behoorlijk lastig om de vogels te vinden. Moerassige gebieden maken onderzoek bijvoorbeeld moeilijk. Techniek kan ons dan helpen aantallen te bepalen. Het mooiste zou zijn, als je kunt zeggen: er vliegt een middelgrote vogel tegen de verbinding en waarschijnlijk is het een wilde eend.” Thomas: “Met de sensoren die we nu onderzoeken is het vooralsnog alleen mogelijk totale aantallen te meten. Deze informatie kan dienen als input op de tellingen in het veld. Zijn de sensoren succesvol? Dan kunnen we de systemen mogelijk uitbreiden met camera’s, die in beeld brengen welke vogelsoorten tegen de verbinding vliegen.”

Betrouwbaardere data dankzij sensoren

Thomas werkt als lijnengineer aan nieuwe hoogspanningsverbindingen. Daarin werkt hij ook aan het voorkomen van draadslachtoffers. “Wanneer we een nieuwe verbinding realiseren, moeten we aantonen dat er niet te veel vogels tegen de draden botsen. In de projecten gebruiken we modellen om dit te voorspellen. Maar de input van die modellen is beperkt, omdat het lastig is goede data te verzamelen. Daarom kijken we naar nieuwe manieren om betrouwbaardere data te krijgen. Sensoren die trillingen in de draad meten, zijn mogelijk een oplossing. Ook bij de verbeterde draadmarkeringen die Jac noemt, hebben we data nodig om de effectiviteit aan te tonen. De komende tijd gebruiken we om experimenten en testen te ontwerpen,” aldus Thomas.

Verbeterde varkenskrul

Sinds een aantal jaar voorzien we hoogspanningsverbindingen die nieuw of in onderhoud zijn, al met draadmarkeringen. Zo is er de zogeheten varkenskrul: een dunne spiraal die de bliksemdraad beter zichtbaar maakt. Jac: “We kijken hoe we de draadmarkering kunnen verbeteren. Nu zijn ze zo’n 60 tot 70 procent effectief. Dat moet beter, bijvoorbeeld door andere markering met UV-reflectoren te gebruiken, zodat de draden ook zichtbaar zijn in het donker. Veel vogels vliegen namelijk ‘s nachts. We onderzoeken nu markeringen die 80 tot 90 procent effectief zijn. Het lastige is het aanbrengen van markeringen op een verbinding die in bedrijf is – je kunt een draad niet zomaar naar beneden halen. Daarom zoeken we naar technische en innovatieve oplossingen die weinig overlast veroorzaken voor mens en omgeving. Denk bijvoorbeeld aan drones.”

Uitbreiding van het net risico voor vogels

Het is als netbeheerder onze taak om te voorkomen dat vogels tegen de draden vliegen. Dat kan door de draden zichtbaarder te maken, en door rekening te houden met de tracés en de vliegroutes van bepaalde vogelsoorten. Thomas vertelt: “Met de uitbreiding van het hoogspanningsnet staan de komende tien tot vijftien jaar veel nieuwe verbindingen op het programma. Al deze nieuwe doorsnijdingen in het landschap kunnen extra slachtoffers maken. Natuurwetgeving stelt daar een bepaalde limiet aan.” Het is daarom letterlijk van levensbelang dat we in de standaarden die we ontwikkelen ook maatregelen opnemen die draadslachtoffers voorkomen.

Jac vult aan: “We hebben ruim 4.000 kilometer aan bovengrondse verbindingen, kriskras door Nederland. We hebben laten onderzoeken welke vogelbewegingen er zijn rondom de locaties van ons net. Daaruit kwam een top 10 van plekken met grote risico’s, waar nog geen draadmarkeringen zijn. Op die plekken gaan we nu als eerste aan de slag.”

Thomas Schaap en Jac Hakkens zijn er druk mee – het redden van vogellevens. Of beter gezegd: het voorkomen van hun vroege dood. Jaarlijks sterven volgens een schatting van de Vogelbescherming zo’n 800.000 tot een miljoen vogels doordat ze tegen hoogspanningsdraden vliegen. Veel vogelsoorten zien de lijnen namelijk niet. Om draadslachtoffers te voorkomen, onderzoekt lijnengineer Thomas samen met collega’s hoe draden kunnen worden voorzien van sensoren. Jac houdt zich als ecoloog onder andere bezig met hoe de draden beter zichtbaar worden met specifieke markeringen.

Vogels vliegen veiliger dankzij slimme techniek
Draadmarkering: Hawkeye

De Hawkeye heeft ook een UV-reflector, maar scharniert niet en beweegt alleen een beetje mee met de wind. Bevestiging gebeurt met een robotje dat door een drone op de bliksemdraad wordt getild. Om de 10 meter zet het robotje vervolgens een Hawkeye vast. Een effectieve oplossing: het robotje kan al snel 400 reflectoren per dag plaatsen.

Draadmarkering: Firefly

Een ronddraaiende UV-reflector die hangt aan een wartel. De montage is vrij eenvoudig: een drone brengt de Firefly naar de draad. Door vervolgens tegen de draad te vliegen, klapt een klem dicht en wordt de Firefly bevestigd zonder dat de hoogspanningsdraad uit bedrijf hoeft. Nadeel is dat de wartel aan slijtage onderhevig is: na verloop van tijd draait de reflector minder snel rond.

Mogelijkheden voor standaard vogelveiligheid

Deze onderzoeken om draadslachtoffers te voorkomen, zijn veelbelovend voor de vogels én voor de standaarden die we vanuit Modulair Bouwen ontwikkelen. We volgen de ontwikkelingen dus op de voet. De daaruit voortkomende inzichten en kansen nemen we mee in onze standaarden.

Hier vliegt een wilde eend

Jac kijkt alvast uit naar verbeterde meetdata. “Dat zou ons enorm helpen,” vertelt hij. “Soms is het behoorlijk lastig om de vogels te vinden. Moerassige gebieden maken onderzoek bijvoorbeeld moeilijk. Techniek kan ons dan helpen aantallen te bepalen. Het mooiste zou zijn, als je kunt zeggen: er vliegt een middelgrote vogel tegen de verbinding en waarschijnlijk is het een wilde eend.” Thomas: “Met de sensoren die we nu onderzoeken is het vooralsnog alleen mogelijk totale aantallen te meten. Deze informatie kan dienen als input op de tellingen in het veld. Zijn de sensoren succesvol? Dan kunnen we de systemen mogelijk uitbreiden met camera’s, die in beeld brengen welke vogelsoorten tegen de verbinding vliegen.”

Tellen in het weiland

Wereldwijd lopen al onderzoeken naar de werking van draadmarkering. Hierover zijn we in contact met bijvoorbeeld Canada en Slowakije. TenneT moet echter handelen naar Nederlandse onderzoeken die zich richten op vogels die hier voorkomen. “Voor onze risico-top-10 gaan we de komende jaren effectiviteitsdata achterhalen,” vertelt Jac. “Dat betekent: telexperimenten laten uitvoeren door ecologen. Oftewel, zoeken naar slachtoffers onder de verbindingen. Dan zien we ook over welke vogelsoorten we het hebben. Dit nemen we vervolgens als nulmeting. Na het bevestigen van de draadmarkering, kunnen we door enkele jaren opnieuw te tellen, op vogelsoortniveau zien hoe effectief de markering is.”

Betrouwbaardere data dankzij sensoren

Thomas werkt als lijnengineer aan nieuwe hoogspanningsverbindingen. Daarin werkt hij ook aan het voorkomen van draadslachtoffers. “Wanneer we een nieuwe verbinding realiseren, moeten we aantonen dat er niet te veel vogels tegen de draden botsen. In de projecten gebruiken we modellen om dit te voorspellen. Maar de input van die modellen is beperkt, omdat het lastig is goede data te verzamelen. Daarom kijken we naar nieuwe manieren om betrouwbaardere data te krijgen. Sensoren die trillingen in de draad meten, zijn mogelijk een oplossing. Ook bij de verbeterde draadmarkeringen die Jac noemt, hebben we data nodig om de effectiviteit aan te tonen. De komende tijd gebruiken we om experimenten en testen te ontwerpen,” aldus Thomas.

Draadmarkering: Hawkeye

De Hawkeye heeft ook een UV-reflector, maar scharniert niet en beweegt alleen een beetje mee met de wind. Bevestiging gebeurt met een robotje dat door een drone op de bliksemdraad wordt getild. Om de 10 meter zet het robotje vervolgens een Hawkeye vast. Een effectieve oplossing: het robotje kan al snel 400 reflectoren per dag plaatsen.

Draadmarkering: Firefly

Een ronddraaiende UV-reflector die hangt aan een wartel. De montage is vrij eenvoudig: een drone brengt de Firefly naar de draad. Door vervolgens tegen de draad te vliegen, klapt een klem dicht en wordt de Firefly bevestigd zonder dat de hoogspanningsdraad uit bedrijf hoeft. Nadeel is dat de wartel aan slijtage onderhevig is: na verloop van tijd draait de reflector minder snel rond.

Verbeterde varkenskrul

Sinds een aantal jaar voorzien we hoogspanningsverbindingen die nieuw of in onderhoud zijn, al met draadmarkeringen. Zo is er de zogeheten varkenskrul: een dunne spiraal die de bliksemdraad beter zichtbaar maakt. Jac: “We kijken hoe we de draadmarkering kunnen verbeteren. Nu zijn ze zo’n 60 tot 70 procent effectief. Dat moet beter, bijvoorbeeld door andere markering met UV-reflectoren te gebruiken, zodat de draden ook zichtbaar zijn in het donker. Veel vogels vliegen namelijk ‘s nachts. We onderzoeken nu markeringen die 80 tot 90 procent effectief zijn. Het lastige is het aanbrengen van markeringen op een verbinding die in bedrijf is – je kunt een draad niet zomaar naar beneden halen. Daarom zoeken we naar technische en innovatieve oplossingen die weinig overlast veroorzaken voor mens en omgeving. Denk bijvoorbeeld aan drones.”

Uitbreiding van het net risico voor vogels

Het is als netbeheerder onze taak om te voorkomen dat vogels tegen de draden vliegen. Dat kan door de draden zichtbaarder te maken, en door rekening te houden met de tracés en de vliegroutes van bepaalde vogelsoorten. Thomas vertelt: “Met de uitbreiding van het hoogspanningsnet staan de komende tien tot vijftien jaar veel nieuwe verbindingen op het programma. Al deze nieuwe doorsnijdingen in het landschap kunnen extra slachtoffers maken. Natuurwetgeving stelt daar een bepaalde limiet aan.” Het is daarom letterlijk van levensbelang dat we in de standaarden die we ontwikkelen ook maatregelen opnemen die draadslachtoffers voorkomen.

Jac vult aan: “We hebben ruim 4.000 kilometer aan bovengrondse verbindingen, kriskras door Nederland. We hebben laten onderzoeken welke vogelbewegingen er zijn rondom de locaties van ons net. Daaruit kwam een top 10 van plekken met grote risico’s, waar nog geen draadmarkeringen zijn. Op die plekken gaan we nu als eerste aan de slag.”

Jac Hakkens
Ecoloog

Thomas Schaap
Lijnengineer

Onderzoek

Thomas Schaap en Jac Hakkens zijn er druk mee – het redden van vogellevens. Of beter gezegd: het voorkomen van hun vroege dood. Jaarlijks sterven volgens een schatting van de Vogelbescherming zo’n 800.000 tot een miljoen vogels doordat ze tegen hoogspanningsdraden vliegen. Veel vogelsoorten zien de lijnen namelijk niet. Om draadslachtoffers te voorkomen, onderzoekt lijnengineer Thomas samen met collega’s hoe draden kunnen worden voorzien van sensoren. Jac houdt zich als ecoloog onder andere bezig met hoe de draden beter zichtbaar worden met specifieke markeringen.

Vogels vliegen veiliger dankzij slimme techniek

TenneT Magazines

TenneT komt graag met u in contact. Hieronder vindt u een overzicht van onze online magazines over belangrijke thema’s en ons werk en ontwikkelingen in de regio’s.
Volledig scherm