Wat is congestie?
Wat is congestie-
management?
Wat laat een congestiemanagement-onderzoek zien?
Netcongestie
Om congestiemanagementonderzoek te doen heb je een heel aantal variabelen nodig. Deels zijn dit variabelen die gebaseerd zijn op prognoses. Prognoses die kunnen veranderen over tijd. Waar kijken de netbeheerders naar wanneer ze deze congestiemanagementonderzoeken – afgekort congestieonderzoeken – uitvoeren? Met welke data wordt gerekend en welke stappen worden er gezet in een onderzoek. Wie levert daarin welke data aan? Hieronder lees je daar meer over.
Het congestieonderzoek
4.
Toekomstige groei:
Wat laten de groeicijfers zien?
3.
Flexibiliteitspotentieel:
Wat is er in deze regio mogelijk gezien de aard en het type bedrijven en aanvragen.
2.
Verwachte pieken:
Wat wordt gevraagd door bedrijven en consumenten aan transportcapaciteit. Dit kan gaan om afname of invoeding (opwek).
1.
Beschikbare transportcapaciteit:
Wat kan het elektriciteitsnet aan, zonder overbelast te raken.
Congestieonderzoeken kijken onder andere naar:
1. Vooraankondiging
Analyse van het knelpunt
2.
Verkenning van flexibiliteit
3.
Publicatie van het congestierapport
4.
Toepassing en herijking
5.
De onderzoekscyclus
Een congestiemanagementonderzoek volgt een aantal vaste stappen. Hierbij wordt de data van de variabelen waarmee gerekend wordt op enig moment vastgepind. Anders zou het ondoenlijk zijn om conclusies te trekken. Het is goed te beseffen dat op het moment van publicatie inmiddels weer nieuwe informatie bekend is, waarmee nog niet gerekend is.
Netbeheerders hebben onderling met elkaar afgesproken wanneer welke data aan elkaar geleverd wordt voor de berekeningen. TenneT heeft als hoogspanningsnetbeheerder data nodig van de regionale netbeheerder over de prognoses van de vraag en het aanbod op het midden- en laagspanningsnet. Andersom kan de regionale netbeheerder weer gaan rekenen als bekend is hoeveel ruimte het hoogspanningsnet biedt.
Input voor onderzoeken
Bij de herijking van een congestieonderzoek leggen we deze cijfers opnieuw langs de lat. Op alle variabelen kunnen zich namelijk wijzigingen hebben voorgedaan:
Uitbreidingsprojecten zijn afgerond (zoals een nieuw hoogspanningsstation)
Er is meer transportvraag dan eerder gedacht, of juist minder. Bijvoorbeeld doordat meer bedrijven willen verduurzamen of juist de vraag voor het aansluiten van zonneparken is gedaald).
Het meetjaar is gewijzigd; oftewel het jaar waarvan de weersomstandigheden als uitgangspunt dienen voor de berekeningen. Weersomstandigheden hebben grote invloed op de energieopwek, zoals zon, wind en temperatuur. Verandering van meetjaar maakt ook dat de input voor de berekeningen veranderd.
Er zijn nieuwe regels waarmee gerekend wordt, zoals bijvoorbeeld de wijzigingen in het prioriteringskader in juli 2026.
De hoeveelheid flexibele transportcapaciteit die beschikbaar is bij bedrijven in het congestiegebied is veranderd.
Congestiemanagement is het actief sturen van vraag en aanbod van elektriciteit om overbelasting van het net te voorkomen. Op momenten dat het net lokaal of regionaal dreigt vol te raken, maken netbeheerders afspraken met partijen die hun verbruik of productie tijdelijk kunnen aanpassen. Zo ontstaat extra ruimte op het bestaande net, zonder dat direct nieuwe infrastructuur nodig is.
Dit instrument helpt om de beschikbare capaciteit slimmer te benutten, maar is geen definitieve oplossing. In een energiesysteem waarin de vraag naar transportcapaciteit snel groeit, blijft uitbreiding van het net op veel plekken cruciaal. Lees hier verder.
Daar waar congestie is afgekondigd, onderzoeken we per regio de mogelijkheden voor congestiemanagement. Hebben we knoppen waaraan we kunnen draaien als congestie optreedt en leveren die knoppen voldoende capaciteit op? De uitkomst van zo’n onderzoek bepaalt of we nieuwe klanten wel of geen transportcapaciteit kunnen geven.
Periodiek volgen herijkingen van deze onderzoeken. Daarbij kijken we naar de actuele ontwikkelingen en de impact ervan.
De actuele onderzoeksrapporten vind je hier.
Wanneer er meer vraag of aanbod is van elektriciteit, dan de gewenste transportcapaciteit op het elektriciteitsnet toelaat. Om de elektriciteitsvoorziening voor iedereen betrouwbaar te houden zijn de netbeheerders genoodzaakt om iedereen die een zwaardere of nieuwe aansluiting wenst, op een wachtlijst te plaatsen. Zou de netbeheerder blijven aansluiten dan neemt de kans op stroomstoringen toe. Lees meer.
Om congestiemanagementonderzoek te doen heb je een heel aantal variabelen nodig. Deels zijn dit variabelen die gebaseerd zijn op prognoses. Prognoses die kunnen veranderen over tijd. Waar kijken de netbeheerders naar wanneer ze deze congestiemanagementonderzoeken – afgekort congestieonderzoeken – uitvoeren? Met welke data wordt gerekend en welke stappen worden er gezet in een onderzoek. Wie levert daarin welke data aan? Hieronder lees je daar meer over.
Netcongestie
Het congestie-onderzoek
4.
Toekomstige groei:
Wat laten de groeicijfers zien?
3.
Flexibiliteitspotentieel:
Wat is er in deze regio mogelijk gezien de aard en het type bedrijven en aanvragen.
2.
Verwachte pieken:
Wat wordt gevraagd door bedrijven en consumenten aan transportcapaciteit. Dit kan gaan om afname of invoeding (opwek).
Congestieonderzoeken kijken onder andere naar:
1.
Beschikbare transportcapaciteit:
Wat kan het elektriciteitsnet aan, zonder overbelast te raken.
Toepassing en herijking
5.
Na publicatie volgt de uitvoering: congestiemanagement toepassen, capaciteit verdelen en wachten op structurele netuitbreiding. Ondertussen wordt de situatie continu gemonitord en periodiek herijkt, omdat vraag, aanbod, projecten en regelgeving veranderen. De regionale netbeheerder doet ditzelfde voor wat betreft de impact op het middenspanningsnet.
De uitkomsten worden vastgelegd in een congestierapport (congestie-managementonderzoeksrapport, bij TenneT afgekort tot congestieonderzoek). Voor invoedingscongestie geldt hiervoor een termijn van 6 maanden na de vooraankondiging. Voor andere congestieonderzoeken geldt doorgaans een langere doorlooptijd, vaak tot 12 maanden.
Publicatie van het congestierapport
4.
Verkenning van flexibiliteit
3.
Vervolgens wordt bekeken of congestiemanagement kan helpen. Welke partijen kunnen tijdelijk hun verbruik of invoeding aanpassen? En levert dat genoeg ruimte op om extra klanten aan te sluiten of wachtrijen te verkorten?
We onderzoeken waar en wanneer het net knelt: hoeveel capaciteit beschikbaar is, wanneer pieken optreden en hoe groot het tekort precies is. Daarbij wordt gekeken naar actuele data, prognoses en netberekeningen. De regionale netbeheerder levert hiervoor data aan TenneT aan.
Analyse van het knelpunt
2.
1. Vooraankondiging
Zodra duidelijk wordt dat in een gebied structureel te weinig transportcapaciteit beschikbaar is, kondigt de netbeheerder congestie aan. Daarmee start formeel het congestiemanagementonderzoek.
Input voor onderzoeken
De onderzoekscyclus
Bij de herijking van een congestieonderzoek leggen we deze cijfers opnieuw langs de lat. Op alle variabelen kunnen zich namelijk wijzigingen hebben voorgedaan:
Uitbreidingsprojecten zijn afgerond (zoals een nieuw hoogspanningsstation)
Er is meer transportvraag dan eerder gedacht, of juist minder. Bijvoorbeeld doordat meer bedrijven willen verduurzamen of juist de vraag voor het aansluiten van zonneparken is gedaald).
Het meetjaar is gewijzigd; oftewel het jaar waarvan de weersomstandigheden als uitgangspunt dienen voor de berekeningen. Weersomstandigheden hebben grote invloed op de energieopwek, zoals zon, wind en temperatuur. Verandering van meetjaar maakt ook dat de input voor de berekeningen veranderd.
Er zijn nieuwe regels waarmee gerekend wordt, zoals bijvoorbeeld de wijzigingen in het prioriteringskader in juli 2026.
De hoeveelheid flexibele transportcapaciteit die beschikbaar is bij bedrijven in het congestiegebied is veranderd.
Een congestiemanagementonderzoek volgt een aantal vaste stappen. Hierbij wordt de data van de variabelen waarmee gerekend wordt op enig moment vastgepind. Anders zou het ondoenlijk zijn om conclusies te trekken. Het is goed te beseffen dat op het moment van publicatie inmiddels weer nieuwe informatie bekend is, waarmee nog niet gerekend is.
Netbeheerders hebben onderling met elkaar afgesproken wanneer welke data aan elkaar geleverd wordt voor de berekeningen. TenneT heeft als hoogspanningsnetbeheerder data nodig van de regionale netbeheerder over de prognoses van de vraag en het aanbod op het midden- en laagspanningsnet. Andersom kan de regionale netbeheerder weer gaan rekenen als bekend is hoeveel ruimte het hoogspanningsnet biedt.